Dat het broedseizoen van Kerkuil een grote spreiding kan kennen en jaarlijks erg kan verschillen is bij Kerkuilbeschermers bekend. Standaard start de baltsperiode in februari/maart, eileg volgt in maart/april en jongen worden geboren in mei/juni. Na een zachte winter starten broedkoppels vaak vroeger, en bij slechte weersomstandigheden (nat en koud) in het voorjaar stellen vele koppeltjes het broedseizoen even achteruit. Zo is het niet echt uitzonderlijk dat nog jongen uitvliegen tot eind september/oktober. In sommige gevallen speelt ook de leeftijd van de broedvogels mee, oudere vogels starten doorgaans vroeger dan jonge vogels die voor het eerst deelnemen aan het broedproces.

Na het "bulkjaar" 2014 (zeer goed broedseizoen met veel nesten en veel jongen) volgde 2015 als een gematigd eerder normaal broedseizoen, tenminste zo leek het er aanvankelijk op. Op 24 december 2015 kwam echter een melding binnen van een broedende Kerkuil op 4 eieren. Op zich toch heel uitzonderlijk waarbij we ons kunnen afvragen of dit een zeer laat broedgeval van 2015 betreft, of al een zeer vroeg broedgeval van het nieuwe seizoen 2016. De verrassing werd nog groter wanneer op 21 januari 2016 op een andere locatie een broedende Kerkuil werd vastgesteld. Het vrouwtje beschermde 3 warme eieren, vermoedelijk is dit legsel nog niet volledig (gemiddeld worden 5 tot 7 eieren gelegd).

Vakantieperiodes inplannen wordt alsmaar moeilijker voor onze Kerkuilbeschermers, medewerkers... Maar, juist het feit dat deze vogels zo mysterieus uit de hoek blijven komen scherpt de motivatie aan... de Kerkuil blijft verrassen.