Afgelopen weekend organiseerde de Kerkuilwerkgroep Vlaanderen al voor de tiende keer haar jaarlijkse vormingsweekend. Drie dagen lang bogen vijftien vrijwilligers-bestuursleden zich in het hartje van de Antwerpse Kempen over de werking van de afdeling en het lot van de kerkuil in Vlaanderen. Collega Julie Van Houtryve draaide een dagje mee in het mooie domein Beverdonk in Retie en keerde met heel wat nieuwe inzichten van de kerkuilexperten terug.
“In de voormiddag bespraken we verschillende aspecten van de interne werking,” rapporteert Julie. “We maakten afspraken over het controleren van de nestkasten, de samenwerking met Vogelbescherming Vlaanderen, vorming van vrijwilligers, organisatie van activiteiten, de verwerking en bekendmaking van broedresultaten, enzovoort.”
In de namiddag gaf onderzoekster Rhune Vanden Eynde toelichting bij de tussentijdse resultaten van haar doctoraat aan de Université Catholique de Louvain (UCL). Zij onderzoekt de impact van lichtvervuiling op de kerkuilen in Vlaanderen en baseert zich voor haar onderzoek op gegevens die de Kerkuilwerkgroep verzamelt. “Heel interessant”, aldus Julie, “ook voor doorgewinterde kerkuilenexperts. Zo leerden we bijvoorbeeld dat kerkuilen gebruik maken van maanlicht om prooien te vangen. Hoe witter het verenkleed, hoe beter ze namelijk een ‘freeze’-effect genereren bij hun prooi.”
Bescherming van de kerkuil blijft broodnodig in Vlaanderen
Hoewel de kerkuil met zijn hartvormige gezicht en gitzwarte ogen één van de meest opvallende uilensoorten in Vlaanderen is, heeft zijn voortbestaan lange tijd aan een zijden draadje gehangen. In de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw ging de populatie door extreem strenge winters, gebruik van landbouwgif DDT en het verschralende boerenland zo sterk achteruit dat de soort met uitsterven bedreigd was: er bleven nog slechts enkele tientallen broedparen over.
Eind jaren ’70 verenigden enkele liefhebbers zich in de Kerkuilwerkgroep. Hun voornaamste doel? De kerkuil behouden als broedvogel in ons land. Dankzij de tomeloze inzet van deze werkgroep werd de soort in Vlaanderen gered en nam ze met succes toe. Van minder dan 50 broedkoppels tot meer dan 1500 broedkoppels vandaag. Sinds 1997 draagt de werkgroep haar huidige naam en functioneert ze als afdeling van Vogelbescherming Vlaanderen.
“Sinds 2016 is de kerkuilpopulatie weer op een gezond niveau”, legt Ludo Smets, voorzitter van de Kerkuilwerkgroep, uit. “Toen werd de kaap van de 1000 broedparen overschreden. Dankzij gerichte nestkastacties broedt tegenwoordig het grootste deel van de Vlaamse populatie in nestkasten. Hoewel de kerkuil volgens de Vlaamse rode lijst vandaag ‘niet meer in gevaar’ is, blijft de bescherming broodnodig. De verschraling van het boerenland is alleen maar erger geworden en het gevaar van pesticiden is nog steeds reëel en ingrijpend. Ruilverkavelingen swingen de pan uit waardoor heel wat geschikte oppervlakte aan ruigtepercelen in Vlaanderen verdwijnt. Bovendien wordt het verkeersnet almaar dichter en zijn er nog steeds te veel kerkuilen die in gevangenschap belanden of voor roofvogelshows gebruikt worden.”
“De gevaren voor de kerkuil blijven bestaan,” besluit Julie, “en daarom blijft het nodig om deze prachtige, maar schuchtere muizenvanger te beschermen. Het was fijn om tijdens dit weekend zo veel ambitie, enthousiasme en volharding te zien bij de vele vrijwilligers van de Kerkuilwerkgroep. Hartelijk dank dat jullie blijven ijveren voor de kerkuil!”
